Aug 14 2007

Niets op internet is echt gratis

Money in water
(Foto Money Laundering genomen door Endraum)

Erwin Blom (VPRO Digitaal) stelt vandaag op z’n weblog dat alles op internet gratis wordt. En inderdaad, je hoeft niet geen geld te betalen voor je e-mailaccount bij Hotmail/Gmail, je profiel op Hyves of LinkedIn, het nieuws van Nu.nl en muziek op 3voor12 of Fabchannel. Maar is dat echt ‘gratis’?

Dat het geen geld kost wil nog niet zeggen dat het echt ‘gratis’ is. Als consument betaal je door je persoonlijke data te overhandigen (je naam, adres, leeftijd, interesses en/of je internetgedrag) of door advertenties te bekijken en erop te klikken. De bedragen die betaald zijn voor de acquisitie van Flickr (door Yahoo) en YouTube (door Google) werden niet voor niets vooral gebaseerd op gebruikersaantallen en de verwachte groei daarvan. Als het daar niet om draaide hadden Yahoo, met Yahoo Photos, en Google, met Google Video, hun eigen diensten wel harder gepusht. (Terzijde: Flickr heeft trouwens veel betalende gebruikers)

Zoals ik in de reacties op Erwin’s weblog al zei: “Gratis is marketing. Niets meer, niets minder.”
Het zou goed zijn als meer internetgebruikers zich dit realiseerden. Hotmail en Gmail en dergelijke zullen aan ons gaan verdienen. Op een directe of een indirecte manier, misschien niet meteen maar in ieder geval op de lange termijn. Maak de afweging of de kosten van het gebruik van een bepaalde dienst (bijvoorbeeld dat ze veel van jouw internetgedrag afweten) ook opwegen tegen de baten. En behandel gratis diensten alsof je er geld voor betaalt: eis kwaliteit in ruil voor de tijd en energie die jij erin steekt.


Jun 27 2007

The Cult of the Amateur

Arnoud Engelfriet blogt over The Cult of the Amateur, het boek waarin Andrew Keen beargumenteert dat internet ten onder gaat aan de democratisering van internet en media.

Het boek is een kritisch antwoord op boeken als We-think: The power of mass creativity van Charles Leadbeater. De centrale stelling is dat de “wijsheid van de massa” van Web 2.0 vooral heel veel troep produceert, en dat we ons niet moeten blindstaren op de zeldzame parels.

Er is online al het een en ander geschreven over The Cult of the Amateur, en de achterliggende gedachte. Op basis daarvan pende ik de volgende reactie onder Arnoud’s artikel:

Zelf heb ik het boek van Keen nog niet gelezen (al ligt Wikinomics wel op mijn boekenplank) dus ik kan inhoudelijk geen kritiek leveren.

Wel heb ik het idee dat hij het web vooral bekijkt als bron van feitjes. Afgezien van 2+2=4 zijn veel waarheden afhankelijk van de perceptie van de internetter. Natuurlijk zou het fijn zijn als veel van de ruis die we op het web tegenkomen niet zou bestaan. Aan de andere kant betekent het verhogen van de drempel om te kunnen publiceren naar het web ook dat veel waardevol materiaal er niet aanwezig zou zijn.

De Wisdom of Crowds zal waarschijnlijk een vaste waarde blijven op internet. Daar bovenop komen echter lagen van persoonlijke (zoekmachine)personalisatie, netwerken van mensen met gelijke interesses (via sites als del.icio.us enz.), en andere mogelijkheden/filters die ik nog niet ken of nog ontwikkeld moeten worden. Mooi toch!

Toen ik op de Submit Comments knop had geklikt en mijn gepubliceerde reactie nog eens overlas bedacht ik me: “Dit is nu precies waar Keen het over heeft. Jan en alleman slingert zijn of haar onzin op internet, en gaat daarbij uit van zijn eigen ‘waarheid’.” Shit.

Dus ben ik eerst maar de samenvatting van het boek gaan lezen. En daarin kwam ik al een aantal interessante argumenten tegen over de nadelen van de democratisering van de media/internet. Niet met alles ben ik het eens, maar het boek lijkt me nu de moeite van het lezen waard.


Jun 22 2007

Weblogs zijn slecht

…voor uw privacy. Sargasso bewijst het:

Dat internet en privacy op gespannen voet staan, weet inmiddels menigeen. Maar vaak wijst men dan als eerste naar een overheid die misbruik maakt van haar rechten gegevens op te vragen. Of naar de Verenigde Staten die met Echelon heel uw leven volgt.
Maar de bedreiging van uw privacy kan ook uit een heel onverwachtse hoek komen, namelijk van ons.

Lees het complete artikel.


Jun 21 2007

De scheiding van internet

In de V.S. lijkt het alsof het neutrale internet (waarbij backbone-beheerders onder gelijke omstandigheden alle internetverkeer doorgeven) langzaamaan wordt ingeruild voor het gescheiden internet van bevoordeelde en benadeelde internetdata. Vorig jaar werden de verbindingen van YouTube’s provider afgeknepen door de backbone-beheerders, omdat die een groter graantje mee wilden pikken van de bijbehorende verdiensten.

Naar aanleiding van het onlangs georganiseerde symposium over netneutraliteit geeft Joris van Hoboken op XS4All’s Opinieweblog zijn analyse van dat debat en z’n visie op netneutraliteit. Daarbij haalt hij een belangrijk punt aan:

Wat soms onderbelicht blijft in dit debat is een van de voordelen die de neutraliteit de broadband providers biedt, namelijk een beperking van aansprakelijkheid. Als de Internet diensten op netwerk niveau besluiten zich uit eigen belang/beweging te gaan bemoeien met de inhoud of herkomst van pakketjes, dan openen ze de mogelijkheid dat anderen hen vragen in hun belang hetzelfde te doen. Zonder het te weten zouden de telco’s met hun bemoeienis zich wel eens een hoop juridische problemen op de hals kunnen halen.

Dit is een vervolg op het argument dat Michael Geist (een vooraanstaand Canadees professor op het gebied van internetrecht) aanhaalde naar aanleiding van het bericht dat het grootste Amerikaanse telecombedrijf AT&T namens de filmstudio’s uit Hollywood illegaal verspreide films uit het internetverkeer gaat filteren.

Het zal toch niet zo zijn dat over een paar jaar alle, volgens onze internetaanbieder, ‘foute’ websites en downloads niet meer kunnen bereiken? Terwijl al ons surfgedrag wordt opgeslagen en geanalyseerd door overheden. En daarnaast Google, MSN/Microsoft, Yahoo! en consorten ook nog eens ons online leven bijhouden. Beangstigend.


Jun 13 2007

Netneutraliteit op de wip?

Stel je eens voor: Jij hebt veel vrienden en familie die in het buitenland wonen. Via Skype of Jajah.com (of een andere Voice Over IP dienst) hebben jullie regelmatig contact. Maar ineens werkt je VOIP-programma niet of nauwelijks meer! Dan zou het kunnen dat je internetprovider, die zelf een betaalde VOIP-dienst aanbiedt, het gebruik van concurrerende VOIP-diensten probeert te belemmeren.

Het bovenstaande is nog nauwelijks in Nederland voorgekomen. Momenteel is het nog zo dat de beheerders van de verbindingen tussen de verschillende internetwerken al het internetverkeer op dezelfde, neutrale manier doorgeven. Dit noemen we netneutraliteit. De hedendaagse breedbandaanbieders zien echter duidelijk mogelijkheden in het beperken en voorrang geven van bepaalde websites of internetdiensten. Het laatste natuurlijk tegen gepaste betaling.

Een internet van voorrang en beperkingen heeft echter grote nadelen, zoals gisteren werd aangehaald op het symposium ‘Netneutraliteit tegen het licht‘ (waarvan hier een verslag staat):

Voordelen van netwerkneutraliteit is dat er laagdrempelig toegang is tot internet voor zowel consumenten, prosument als producent. Zonder netwerkneutraliteit wordt het startups (zoals de “next google”) veel moeilijker om hun diensten via internet aan te bieden en zou internet verworden tot een soort van Kabel TV, waarbij de (breedband toegang) aanbieder bepaald wat er te zien is. Dat is een bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting en zal veel regeling achteraf (ex-post) tot gevolg hebben, om het weer recht te trekken.

Conclusie van het symposium was “dat het vooral een theoretische discussie is, want je kan geen voorrang geven aan pakketjes, want er is toch voldoende capaciteit”. Daar is het een en ander op aan te merken, maar positief is dat de betrokken partijen nadenken over netneutraliteit.

Terzijde, in de V.S. is netneutraliteit eerder afgewezen door het Huis van Afgevaardigden.


Jun 12 2007

Brengt internet de nieuwe openheid?

De kracht van internet is de openheid. Iedereen kan alles wat online staat bekijken. Je kunt webpagina’s downloaden, de HTML code erachter bestuderen, daarvan leren en vervolgens je eigen website knutselen. Zoals Marco Raaphorst in z’n vlammende stuk over het belang van open internet al stelde:

Zonder het woord open, geen internet.

Openheid als kans én bedreiging

Nu zie ik op dit vlak twee ontwikkelingen:

  1. Aan de ene kant stimuleert internet als open medium allerlei open ontwikkelingen. Denk aan open source ontwikkeling van software, of de open access beweging die ijvert voor vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties. De vrijheid van het web stelt mensen in staat om audio en video te downloaden, welke de echte creatievelingen weer remixen tot nieuwe creaties. En die ontwikkeling wordt opgepikt door partijen die hier kansen in zien;
  2. Aan de andere kant zijn er veel mensen, bedrijven en instanties die in die openheid een bedreiging zien. Films, beelden en muziek waarvan zij de rechten bezitten stromen vrij van de ene naar de andere kant van het internet zonder dat dat de rechthebbenden iets oplevert.

Zelf behoor ik tot de mensen die menen dat de voordelen van openheid de nadelen van “het wegspoelen van het auteursrecht door het elektronische vergiet dat internet heet” (?) overstijgen. Niet de minsten zijn het hiermee eens: de BBC maakt bijvoorbeeld allerlei geproduceerde software beschikbaar onder open source licenties, en is bezig om (oudere) televisieprogramma’s voor download aan te bieden in het Creative Archive (welke helaas alleen in het Verenigd Koninkrijk beschikbaar is).

Aan de andere kant van het “open”-spectrum gaat meeste krakeel (lees: rechtszaken tegen notoire up-/downloaders) van vertegenwoordigers van rechthebbenden over inbreuken op het auteursrecht. Dat is vreemd, want zoals Diederik Stols in zijn column op Netkwesties uitlegt:

Het principe van de Auteurswet is even flexibel als eenvoudig. Alleen de maker heeft het recht zijn werk aan anderen openbaar te maken en te ‘verveelvoudigen’, ofwel te kopiëren.

En sinds 1912 heeft de Auteurswet al heel wat aanvallen overleefd: de grammofoonplaat, de cassetterecorder, de videorecorder, de cd en de dvd. Het heilige principe van het auteursrecht bleef al die tijd overeind. Even zovele keren werd het einde van de amusementsindustrie voorspeld.

Auteursrecht is dus een flexibeler concept dan juristen ons doen geloven. Bovendien spelen er meerdere belangen mee. Waar film- en muziekmaatschappijen bijvoorbeeld tegenaan lopen is dat veel rechtszaken leiden tot negatieve publiciteit. Veel misbruikers van auteursrechtelijk beschermde werken zijn juist de échte fans. Die verzamelen beeldmateriaal van hun favoriete film c.q. serie en zetten dit op een fansite. Die wil je niet van je vervreemden. Dus schakelen filmmaatschappijen langzaamaan over op een meer pragmatische benadering van inbreuken op hun auteursrecht. (Daarnaast zijn er meer redenen voor rechthebbenden om eens goed de kansen van een open internet te bestuderen.)

Duidelijkheid over het gebruiksrecht

Waar het volgens mij aan ontbreekt is duidelijkheid. De gemiddelde internetter houdt zich niet bezig met de auteursrechtelijke bescherming van een bepaald werk. Hij of zij consumeert, en een fractie van het internetpubliek remixt verschillende werken tot een nieuwe creatie. Bekend voorbeeld is de Grey Album, een mix van het White Album van The Beatles met het Black Album van Jay-Z. Beperkingen geven dit soort briljante producties geen stimulans. Veel beter zou het zijn om duidelijk aan te geven wat iemand wel met een werk mag doen: het creatieve gebruiksrecht. Hiervoor bestaan de Creative Commons licenties.

Creative Commons is in 2001 opgericht in de Verenigde Staten en biedt licenties aan die schrijvers, filmmakers, fotografen etc. de mogelijkheid bieden om met behoud van hun auteursrechten werken (via het internet) te verspreiden en ter beschikking te stellen voor hergebruik door derden.

Alles wat ik hier schrijf mag bijvoorbeeld worden hergebruikt, onder deze kort en krachtig geformuleerde rechten en voorwaarden. Stel je voor dat iedereen op deze manier zijn creaties beschikbaar zou stellen. Dan heb je pas een open internet!


Jun 12 2007

Het Privacy Dashboard

Naar aanleiding van de controverse tussen Privacy International en Google herinnert John Battelle zich een eerdere gedachte:

Is it too much to ask, I keep asking, to ask our online services to provide us:

  • Access to a record of all the information they keep on us and how they use it
  • The ability to challenge that data’s accuracy, and edit it for accuracy
  • The ability to opt out (with a clear understanding of the resulting loss of services and opportunities that might result)
  • The ability to set permissions as to who else might see the data
  • The right to maintain a user copy of that data for archival purposes
  • The right to share in the value of that data on negotiated terms

Interessant om te zien dat ik een vergelijkbaar idee had. De slimmerikken bij Google hadden zoiets natuurlijk allang zelf bedacht, bleek uit het antwoord van Peter Fleischer (Google’s Privacy Council) op een vraag van Danny Sullivan (Search Engine Land):

How about it? I asked Google’s global privacy counsel Peter Fleischer about this [a privacy control panel, eds.] yesterday, when talking to him about the Privacy International survey.

“We’re thinking hard internally along the digital dashboard-type of approach. Is there a way to give users a dashboard and visibility to all these elements and give them control,” he said. “It would be hugely complicated to build, but in terms of that vision, I completely share it, and we’re having deep discussions about it.”

Het zal me benieuwen of we ooit onze eigen internetdata zullen beheren.


Jun 11 2007

Google’s privacy fiasco?

Afgelopen zaterdag bracht Privacy International de eerste resultaten van een te verschijnen rapport (aankondiging, pdf) naar buiten over het privacybeleid van een aantal (23) grote internetsites. En Google wordt daarin compleet met de grond gelijk gemaakt. Als enige van de 21 krijgt ’s werelds favoriete zoekmachine het label ‘Comprehensive consumer surveillance & entrenched hostility to privacy‘.

Danny Sullivan van Search Engine Land, dé expert op het gebied van zoekmachines, dook in de bevindingen van Privacy International en kwam tot de conclusie dat de gepubliceerde onderzoeksresultaten onduidelijk en slecht onderbouwd zijn. Na er een eerste blik op te hebben geworpen ben ik het daar helemaal mee eens. De hierboven gelinkte pdf bevat een vaag gestructureerde tabel, waaruit niet duidelijk wordt wat de feiten zijn waarop het oordeel gebaseerd is en welke bronnen hierbij zijn gebruikt. Sullivan constateert dan ook terecht dat Google het niet beter of slechter doet dan de concurrentie.

De globale privacytrend

Als je de nadruk op Google even vergeet en de resultaten van het onderzoek globaal bekijkt, valt op dat geen enkel bedrijf als privacy-vriendelijk wordt aangemerkt. Logisch natuurlijk, omdat alle internetdiensten data verzamelen over gebruikers, deze bewaren en vervolgens analyseren om profielen te kunnen creëren. Hiermee kunnen ze gebruikers beter van dienst zijn en uiteindelijk meert geld kunnen verdienen. Dit is de realiteit van internetprivacy. En het is een gegeven dat weinig mensen interesseert of zelfs maar zorgen baart.

Volgens mij is die desinteresse onterecht. De grote internetbedrijven weten binnenkort meer persoonlijks over ons dan familie en vrienden. Het is naïef om te veronderstellen dat daar nooit misbruik van gemaakt zal worden. Daarom is het goed dat er organisaties zijn die aandacht besteden aan dit onderwerp. Al zou je wensen dat ze daar zorgvuldiger in waren.

De toekomst van privacy

Wat ik me wel afvraag is of de privacy-voorvechters niet teveel vasthouden aan het begrip privacy uit het pre-internettijdperk. Wat privacy precies inhoudt is in het digitale tijdperk snel aan het veranderen. Steeds meer mensen gooien hun hele hebben en houden online, zonder na te denken over wat dat kan betekenen. Eerst verbaasde ik me daarover. Waarom gaan mensen zo slorig om met hun online leven?

Nu denk ik ook steeds vaker dat het andersom moet zijn. Online moet veel kunnen, maar wij gebruikers moeten in staat zijn ons profiel te beheren. Probleem is dat het nog heel moeilijk om erachter te komen wat bedrijven van ons weten en wat ze met onze internetdata doen. De grote webdiensten zouden dat inzichtelijk moeten maken, en gebruikers toegang moeten geven tot hun eigen data. Wat dat betreft is Google’s persoonlijke Web History een begin. Het zou veel verder moeten gaan.

(P.S. Mijn ideeën over privacy ontwikkelen zich steeds verder. Binnenkort meer!)


Jun 4 2007

Leer anoniem internetten

Net terug van vakantie pikte ik afgelopen vrijdag het staartje van de hype rond De Grote Donorshow mee. Prachtig om te zien hoe men (internationaal) over elkaar heen buitelde van verontwaardiging. Mooier nog is dit bericht over onnozele rechercheurs dat vanochtend op Nu.nl verscheen:

Informatie van de politie belandt regelmatig op straat doordat rechercheurs gebruik maken van open bronnen op internet.
Veel rechercheurs beseffen niet dat ze door het gebruik van bijvoorbeeld internetzoekmachine Google, informatie weggeven en zo hun onderzoek onderuit halen.

Het is natuurlijk goed dat rechercheurs elkaar hiervoor waarschuwen, maar daar zijn ze rijkelijk laat mee. Het is al 2007!

Een lesje internetten voor justitie

Iedereen laat op internet een spoor na. Allereerst heeft jouw pc een uniek adres waarmee het zich online identificeert richting websites, het zogenaamde IP-adres. Als jij een website bezoekt, zal de beheerder van die site jouw IP-adres waarschijnlijk automatisch opslaan. Dit IP-adres, bestaande uit cijfers, wordt veelal automatisch gekoppeld aan de domeinnaam van jouw organisatie. Zo ziet een webmaster dat iemand van bijvoorbeeld IP-adres 123.45.67.890, welke valt onder het domein ‘politie.nl’, zijn site heeft bezocht.

Daarbovenop komt dat van elke bezoeker van je website ook bekend is hoe ze daar terecht zijn gekomen. Dit is de referrer. Als jij vanaf bijvoorbeeld retecool.com naar mijn site hebt geklikt, kan ik zien dat je van retecool.com afkomstig bent. Mooier is nog dat als jij op Google.nl zoekt naar (bijvoorbeeld) “foto’s brandgrens” en vervolgens op de link naar mijn artikel daarover klikt, de referrer deze informatie ook meeneemt. Ik zie dan dat jij met je unieke IP-adres op Google hebt gezocht naar bepaalde zoekwoorden, en van daaruit mijn site hebt gevonden.

Rechercheurs: surf anoniem!

Nu.nl vat het bovenstaande samen als:

Toch slaat de politie alarm omdat Google bij de doorgelinkte sites een visitekaartje van de politie achterlaat.

Daar klopt weinig van. Het is je eigen webbrowser die deze informatie doorgeeft. En het is helemaal niet zo moeilijk om dat ‘visitekaartje’ te verbergen. Het magische woord is in dit geval: een proxy server.

Een proxyserver is een server die zich bevindt tussen de computer van een gebruiker en de computer waarop de door de gebruiker gewenste informatie staat (het Engelse woord proxy betekent “tussenpersoon”). Wil iemand op een computer waarop een proxyserver is ingesteld een andere computer bereiken, dan gebeurt dit niet rechtstreeks, maar via deze proxyserver.

Als je alles goed ingesteld hebt zal jouw internetverkeer via een proxy server worden omgeleid. Beheerders van websites zien dan alleen het IP-adres van de proxy server. Als de proxy server correct is ingesteld wordt zelfs je referrer verborgen. En dan ben je compleet anoniem. Behalve voor de beheerder van de proxy server natuurlijk (maar ik ga er vanuit dat de recherche een eigen proxy server beheert, toch?).

Wil je het nog makkelijker, dan zou je kunnen overwegen om een programmaatje te installeren die je browser automatisch gebruik laat maken van proxy servers. Op Anoniemsurfen.com waren ze hier een tijdje geleden mee bezig. Een vrij nieuwe, betaalde dienst op dit vlak is het Zweedse Relakks.

Test voor en nadat je proxy servers hebt ingesteld wel even of je IP-adres ook echt veranderd is. Anders leef je misschien in de illusie onzichtbaar te surfen terwijl iedereen ziet wie je bent. Ben je nieuwsgierig geworden? Verdiep je dan verder in anoniem surfen.


May 13 2007

Zondag remix #2: User Generated Content, Twitter en Hyves

Zo, het weekend is alweer bijna voorbij. En terugkijkend vielen mij vandaag een aantal zaken op. Drie artikelen, om precies te zijn:

  1. ’s Neerlands beste muziek- en open content-blogger Marco Raaphort schreef een sterk stuk over de kracht van User Generated Content. Net als hij verwacht ik dat het wereldwijd delen van niet-professioneel gemaakte tekst, foto’s en video’s de creatieve economie zal veranderen. Laten we hopen dat dat op een open manier zal gebeuren;
  2. Erwin Blom, VPRO Digitaal, zette nogmaals op een rijtje waarom Twitter zo geweldig is. Daar was ik het niet helemaal mee eens, zoals ik aangaf in de reacties. Twitter heeft een functie, maar ik vermoed dat het voor het grote publiek vooral interessant is voor mobiele communicatie tussen groepen vrienden/bekenden.
  3. Jaap Stronks vindt dat er van alles mis is met Hyves. De populariteit van Hyves heb ik ook altijd een interessant verschijnsel gevonden. Waarschijnlijk ligt dat toch aan de houding die ik heb ten opzichte van internet: voor mij moet informatie onderling uitwisselbaar zijn tussen webdiensten, waarbij ik ook nog eens eisen stel aan de kwaliteit van de geleverde diensten. Maar de gemiddelde Nederlander bezoekt maar zes websites per dag. Dan is het logisch om te kiezen voor een alles-in-één oplossing die misschien niet op elk gebied kwalitatief goed is.

Is het niet geweldig dat er in Nederland door zo veel mensen wordt nagedacht over internet, creatieve cultuur en de mogelijkheden en beperkingen daarvan? En dat allemaal op open weblogs! Iedereen discussieert mee, en kan gehoord worden. Een open brainstorm.

Natuurlijk moet daar af en toe ook van uitgerust worden. Dus, zal ik de rant van Chris Messina over de toekomst van Mozilla (de makers van mijn favoriete browser Firefox en e-mailprogramma Thunderbird) nog gaan kijken? Het is de keuze tussen vijftig minuten webvideo op postzegelfornaat bekeken vanaf een bureaustoel, of relaxed op de bank met een goed boek. Dilemma…