Al eerder linkte ik naar de inspirerende video talks van de TED conferenties, dé plek waar vooruitstrevende wetenschappers, ondernemers en politici jaarlijks samenkomen om ideeën te delen. En ik vind ze zo de moeite waard dat ik dat hierbij nog eens doe.
Gisteravond keek Jacqueline Novogratz van het scherm mijn woonkamer in om te vertellen over Geduldig Kapitalisme. Haar verhaal gaat over hoe zij in een periode van 20 jaar haar ideeën over het duurzaam investeren in Afrika ontwikkelde, juist naast of ondanks de traditionele ontwikkelingshulp.
Jacqueline Novogratz is pioneering new ways of tackling poverty. In her view, traditional charity rarely delivers lasting results. And commercial investors are also unwilling to seed the businesses and jobs that are needed in tough conditions. Her solution, outlined through a series of revealing personal stories, is “patient capital.” This means using philanthropic funds to help “bottom of the pyramid” entrepreneurs get their businesses off the ground. Listening, truly listening, is key, she says, and the marketplace is the best listening device we have. The result: sustainable jobs, goods, services — and dignity — for the world’s poorest.
Als je zo’n video kijkt is het alsof je het enthousiasme en de inspiratie voelt overslaan tussen spreker en zaal. Mooi!
Alle Harry Potter lezers hebben zich ooit wel een voorstelling gemaakt van de Whereabouts Clock van de familie Weasley. Deze geeft constant aan waar alle leden van het gezin zich bevinden (Werk, School, Thuis, In Gevaar!). Een mooi voorbeeld van praktische magie, zou je denken, maar er bestaat er echt eentje! In het Research Lab van Microsoft’s Social-Digital Systems groep:
De klok gebruikt informatie die automatisch door mobiele telefoons wordt verzonden over de locatie van gezinsleden. Nu nog per sms, maar zodra iedereen een mobiel met GPS-functionaliteit heeft gaat dat vast nog makkelijker.
Science Fiction schrijver Arthur C. Clarke stelde ooit:
Any sufficiently advanced technology is indistinguishable from magic.
Het lijkt erop dat we nu in de fase belanden waarin de computer evolueert van een centraal systeem dat actief aangestuurd moet worden naar alom aanwezige, met elkaar verbonden computertjes die ons ’slim’ bedienen van de informatie die we op dat moment nuttig vinden. Experts noemen dat Ubiquitous Computing, ofwel ‘alomvertegenwoordigde rekencapaciteit’.
Voorwaarde voor deze ontwikkeling is dat:
Een infrastructuur van met elkaar verbonden rekencapaciteit in ons dagelijkse leven aanwezig is. De alom vertegenwoordigde mobiele telefoons zijn daar een begin van. Het is even de vraag welke vorm het uiteindelijk gaat krijgen: centrale computers die overal sensoren uitlezen en ons op basis daarvan informatie kunnen leveren? Of decentrale, zelfstandige computertjes die flexibel samenwerken;
Onze interactie met de technologie op een menselijke manier gebeurt. Waarom een toetsenbord of een muis gebruiken, als het ook simpeler kan? Waarom een desktop waar je verschillende programma’s gebruikt als je ook een klok kan gebruiken? In principe zou je over interactie met de techniek niet na hoeven te denken.
Qua mens-computer interactie wordt steeds een stapje verder gezet, zoals uit het bovenstaande blijkt. Het begint nu met de sociale gadgets die worden ontwikkeld. Grappig voorbeeld daarvan is ook de Availabot, die overeind komt als een bepaalde vriend online is in je messenger-programma. Het laat zien dat er genoeg simpele mogelijkheden zijn om de fysieke en de digitale wereld te combineren.
Innovatie. Het is langzamerhand een gevleugeld woord aan het worden in de media. Europa moet innoveren om de rest van de wereld bij te kunnen houden. Nederland heeft haar eigen Innovatieplatform. Maar de betekenis van innovatie verwatert ondertussen op dezelfde manier als het begrip duurzaamheid de afgelopen jaren verwaterde.
Wat betekent innovatie? Volgens de Van Dale is het “invoering van iets nieuws”. Wikipedia gaat al iets verder en stelt: “Innovatie of vernieuwing is het invoeren van nieuwe ideeën, goederen, diensten en processen. Innovatie kan plaatsvinden binnen organisaties maar ook binnen bredere verbanden. Het proces van innovatie draait om dingen op een nieuwe (en zo mogelijk ook betere) manier aan te pakken.”
Daarbij maken de Wikipedia-redacteuren onderscheid tussen een uitvinding en een innovatie. De eerste kom je (bijvoorbeeld) tegen in een laboratorium, van de tweede spreek je als een uitvinding is geïmplementeerd in een (productie)proces.
Zoals ik al aangaf in het item over de innovatie van Nintendo kan het succesvolle resultaat van innovatie bestaan uit hele kleine aanpassingen aan een product. Meestal is het eerder zo dat kleine aanpassingen van een product of proces vanuit een nieuwe visie succesvoller zijn dan intensieve technologische verbeteringen. Arnoud Engelfriet legt dezelfde nadruk in zijn artikel over open innovatie. Daarin geeft hij aan in welke richting innovatie moet gaan:
Een innovatie is een feature, een aspect, een onderdeel van een product. Een moderne televisie bevat bijvoorbeeld meer dan 600 uitvindingen . Sommige daarvan zijn innoverend: Ambilight, 100 Hertz, verbetering van de beeldkwaliteit. Andere zijn al oud: teletekst, automatische zenderselectie, stereo geluid. En dat zijn er nog maar zes van de zeshonderd.
Die overige 594 bij elkaar harken is nog een flinke klus. Die technologieën beschouwen we allang niet meer innoverend of differentiërend. Die wil je dus graag zo goedkoop mogelijk ergens inkopen, en het maakt niet zo veel uit bij wie. Zolang het maar gewoon werkt. Hoe krijg je dat nu voor elkaar?
Het antwoord is: open source software. Deze vrij beschikbare software is het platform waarop voortgebouwd kan worden. Bedrijven en organisaties hoeven zo niet steeds zelf het wiel opnieuw uit te vinden, maar bouwen voort op het eerdere werk van anderen. En daaraan voegen ze hun eigen onderscheidende elementen toe. Dat dit geen toekomstmuziek is blijkt wel uit het volgende lijstje:
De succesvolle internetbrowser Firefox is weer gebaseerd op de open source gemeenschap rond Mozilla; en
Technologieën die door de Firefox/Mozilla open source gemeenschap werden gecreëerd vormen nu de basis van vernieuwende applicaties als Joost en Songbird.
En dan ga ik in dit overzicht nog niet eens in op de open source software waarop de helft van alle websites wereldwijd draaien, als het niet meer is.
Open source als basis voor innovatie is dus geen droom, het is realiteit. Voorlopig is het beperkt tot web- en IT-gerelateerde organisaties of organisatie-onderdelen. Maar naast de software komt er ook steeds meer interesse voor het proces van samenwerken waaruit open source software ontstaat. Ook wel Crowdsourcing geheten. Daarover binnenkort meer, zodra ik in het al klaarliggende Wikinomics ben gedoken (dat niet voor niets de ondertitel ‘How Mass Collaboration Changes Everything’ heeft).
Afgelopen week had ik voor het eerst de gelegenheid om rustig met een Nintendo DS Lite te spelen. Brain Training natuurlijk, met meteen daarna een dosis FIFA voetbal. Toen ik het apparaatje weglegde verbaasde ik me even over wat een geweldig idee de combinatie van een touchscreen en gewoon scherm eigenlijk was. Terwijl de trend in spelcomputers altijd gericht was op groter, sneller en mooiere beelden, laat Nintendo met de DS en de Wii zien dat het ook anders kan. En dat legt ze geen windeieren.
Binnen Nintendo zal er een rifter zijn geweest, die zich realiseerde dat er in potentie veel meer mensen geïnteresseerd zijn in spelletjes spelen dan dat er hardcore gamers zijn. Een enorme, braakliggende markt zelfs. Op basis daarvan werden producten ontwikkeld met voor iedereen begrijpelijke interfaces tot spelletjes die de lol van het spelen benadrukten. En omdat lol hebben niet afhankelijk is van de nieuwste technologieën lieten ze die wedloop over aan de concurrentie (Xbox360, Playstation 3). Gevolg: Nintendo is weer succesvol en maakt nu al winst op de nieuwe spelcomputers, terwijl de concurrenten zoveel geïnvesteerd hebben dat ze (als de verkoopgoed genoeg zal blijven) pas over een jaar winst zullen draaien.
Als je dat doortrekt is het verbazingwekkend dat de Europese landen zo gefocust zijn op ‘hun’ Lissabonstrategie, die de EU in 2010 tot dé kenniseconomie van de wereld zou moeten hebben getransformeerd. Er wordt geld gepomt in allemaal mooie projecten en als kansrijk gekwalificeerd wetenschappelijk onderzoek, terwijl innovatie helemaal niet te koop lijkt te zijn.
De focus zou moeten liggen op het aanleren van creatief en kansgericht denken, en het stimuleren van ondernemerschap. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de succesnummers van Apple, de iPod en nu de iPhone, valt op dat deze producten per onderdeel niet uniek zijn. Apple heeft de rondscroll-knop van de iPod gewoon exclusief gekocht van een ander bedrijf, en de touchscreen van de iPhone is an sich ook niets nieuws. Vernieuwend was de combinatie van een bestaand product met een, voor die productcategorie, nieuwe gebruikersinterface (zowel hardware- als software-matig). Net als bij de Nintendo DS.
Dat juist Apple en Nintendo de laatste jaren die innovatieve stappen maken ligt misschien aan het feit dat ze op de juiste plekken binnen deze grote bedrijven een klein-bedrijf-cultuur hebben weten te creëren? Want bij kleine bedrijven ligt de kracht om te kunnen innoveren.
UPDATE: Nieuw interessant leesvoer op dit gebied is het artikel ‘Problemen of tekort aan ideeën? Innoveer open‘ op Sync.nl. Daarin worden 3 cases beschreven van bedrijven die gebruikers/publiek inschakelden bij productinnovatie. De link naar Sync blijkt niet meer te werken. (Thnx, Arnoud!)
A new report by the Conference Board of Canada laments the country’s lagging productivity, measured by factors such as business and technology
literacy, innovation and investment in R&D. To this extent they have a point. However, their prescription for improving the situation is mostly the same tired, discredited and decidedly un-innovative
‘globalization’ techniques:
cutting costs to be ‘competitive’ with wage-slave countries;
attracting more foreign investment (read: takeovers);
investing in ‘commercialization’ instead of imagination and creativity (not sure what we would then have to
commercialize);
writing more scientific articles and registering more patents;
tax cuts for corporations and rich investors (we all know how well this has worked in the US), and;
deregulation (so we can have more Enrons, WorldComs, Arthur Andersens, and then knee-jerk Sarbanes-Oxleys
when corporate crimes rise in response).
With ‘ideas’ like this — I’ve debated often with those at the Conference Board, and they’re sloggers, mostly competent but short on imagination and critical thinking — it’s not surprising that we rank low in innovation.
So what should Canada do?
Wat zou Canada moeten doen? Hetzelfde geldt natuurlijk voor Nederland als onderdeel van de EU (die zo graag willen innoveren). Pollard heeft een uitgebreid antwoord. Het belangrijkste uit zijn verhaal vond ik:
[..] there’s a more effective approach that the Conference Board and other non-thinkers never seem to broach: Supporting Canadian entrepreneurship. Drucker realized that entrepreneurship is the principal driver of innovation, and that innovation (not profit margin) is the driver of real productivity. It’s all about meeting needs more effectively. It’s about making stuff that works, and is durable, not how cheap you can import throwaway crap.
Kort samengevat: stimuleer duurzaam ondernemerschap.
Weet jij uit je hoofd wat voor dag 22 april is? Ik durf te wedden van niet. Sinds 1970 wordt op 22 april jaarlijks Earth Day gevierd. Het draait op Earth Day natuurlijk om bewustwording, op een toegankelijke manier.
Kort gezegd: Hou maar op met recyclen, want alle moeite die jij doet om het milieu een beetje te beschermen (zoals recyclen, geen plastic tasjes aannemen of zuinig zijn met water) zijn echt peanuts ten opzichte van je ecologsiche voetafdruk (?). Recyclen zou het begin moeten zijn geweest van een langzame ontwikkeling richting milieuvriendelijker gedrag, maar we zijn erin blijven steken.
Natuurlijk doneren we elk jaar braaf aan het WNF of Natuurmonumenten en krijgen daar een goed gevoel van. Die donaties handhaven echter een systeem van NGO’s dat niets verandert. En je gelooft toch serieus niet dat het steeds populairder wordende ‘groen’ consumeren een grotere bijdrage zal leveren aan een duurzamer wereld dan het recyclen? Nee, er zal iets moeten gebeuren:
Doing better will involve, first and foremost, setting a hard bar against which to measure our actions. That bar sits at the level of a one-planet life. Could every person on the planet live like us without destroying the biosphere? Are we at least taking actions which will make our lives and the lives of others one-planet in time to avert disaster?
And time is of the essence here. It looks like we have at most four decades to cut our ecological impacts by a factor of ten, and the longer it takes us, the deeper the cuts will need to be and more painful the consequences will prove.
Wereldverandering: de randvoorwaarden
WorldChanging beargumenteert dat er een aantal vereisten zijn voor voordat onze systemen omgezet kunnen worden naar echt duurzame:
Transparantie – van zowel de overheid als bedrijven. Iedereen moet kunnen nagaan en begrijpen waarom bepaalde acties worden genomen, waar stromen (grondstoffen, energie, geld, etc) vandaan komen en naartoe gaan;
Betere connecties – zodat informatie en ervaringen kunnen worden gedeeld tussen de vele netwerken van mensen die zich bezig houden met een duurzamer wereld. De focus moet liggen op van elkaar leren en elkaar inspireren;
Nieuwe ideeën – over onze manier van leven, het ontwerp van producten en hoe we omgaan met onze omgeving. Want als we een alternatief willen bieden voor onze huidige manier van leven, moet alles anders.
Wat moet je hiermee?
Je hebt het stuk op WorldChanging gelezen. Wat nu? Ga je meteen stoppen met al die kleine inspanningen voor het milieu die toch nauwelijks helpen? Tsja. Ik weet het eigenlijk ook niet.
Aan de ene kant is het verrassend om zo’n negatief stuk te lezen op dé site met positieve berichtgeving over duurzame ontwikkelingen en ideeën. Aan de andere kant is al vaak geconstateerd dat deze planeet geen 10 miljard mensen het Westerse welvaartsniveau kan bieden op basis van de huidige systemen. Terwijl miljarden mensen daar wel naar streven, en zich wel steeds verder in die richting ontwikkelen (zoals je kunt zien als je wat gaat spelen met Gapminder). De vraag is wat er op wereldniveau zal gebeuren als die ontwikkelingen zich verder doorzetten. Draait het uit op complete chaos (rampen, oorlog om energie en grondstoffen, etc), of schakelen we massaal over op een duurzamer levensstijl? Vermoedelijk ligt de waarheid ergens in het midden.
Zojuist heb ik op Google Video de presentatie van Hans Rosling (?) over Gapminder’s Trendalyzer bekeken. Een aanrader! Want Trendalyzer biedt je een nieuwe kijk op de wereld:
Wat is Gapminder’s Trendalyzer?
Trendalyzer is een stuk gereedschap waarmee iedereen de ontwikkeling van landen in de tijd kan vergelijken. En als ik zeg iedereen, bedoel ik echt iedereen. Je selecteert een landen, kiest 2 opties uit de beschikbare variabelen (bijvoorbeeld CO2-uitstoot uitgezet tegen inkomen), en drukt op ‘Play’. En wat heb je dan gecreëerd? Een animatie van hoe de CO2-emissie van elk individueel land veranderde met (gemiddelde) inkomensveranderingen. Dat klinkt simpel. En dat is het ook!
Waarom dan zo enthousiast over Trendalyzer?
Het is gewoon gereedschap. Maar wel een stuk software dat ‘onbegrijpelijke’ data uit vele verschillende databases bij elkaar brengt en inzichtelijk maakt. Het samenbrengen van die types en hoeveelheden data is al weinig gebeurt. Nu kan Jan en alleman, zonder tussenkomst van experts, gaan bekijken of zijn aannames over de ontwikkelingen in bepaalde landen of regio’s kloppen.
Zie het als de Google van databases. Net zoals Google informatie op internet op een gebruiksvriendelijke manier weer vindbaar maakte, maakt Gapminder grote datahoeveelheden op een gebruiksvriendelijke manier inzichtelijk. En dat biedt mogelijkheden:
Beleidsmakers kunnen in één oogopslag zien of de ideeën achter hun economische of ontwikkelingsbeleid kloppen;
Ondernemers kunnen nagaan of een bepaalde afzetmarkt interessant is;
Ontwikkelingsorganisaties kunnen hun campagnes aanpassen en beter richten op lokale verschillen in inkomen, gezondheid en behoeftes.
Uiteindelijk draait het om inzicht. Gapminder’s Trendalyzer verschat inzicht in materie die ontoegankelijk was voor gewone mensen (lees: iedereen behalve wetenschappers en vooral statistici).
Naast de gezellige onzin van YouTube en de publieke televisie van Uitzending Gemist kun je sinds vandaag gratis onlijn genieten van de presentaties van ’s werelds visionairen. Inspiratie gedeeld! (Althans, door degenen op de TED conferentie (?) mochten presenteren. )
Hop! Welkom. Het heeft even geduurd, maar zoals je kunt zien is hier weer een actief weblog te vinden. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan.
Ik heb nog niet besloten of ik (delen van) het eerdere blogwerk terug online zal plaatsen. Waar het hier wel over zal gaan? Fotografie, ontwikkelingen op het web en in onze veranderende wereld, en nieuwe ideeën in de breedste zin van het woord.
Mijn eerste doel met deze site:
1000 mooie foto’s hier online zetten.
Waarom? Ik ben de laatste tijd steeds meer bezig met foto’s maken en de techniek en kunst van het fotograferen. Zoals met zoveel dingen in het leven leer je dat ‘t snelst door het te doen. Daarom heb ik me het doel gesteld duizend foto’s te publiceren. Alleen foto’s die ik de moeite waard vind tellen mee. Die worden hier gepubliceerd. De foto’s die automatisch van Flickr.com worden opgehaald, en die aan de rechterkant van deze pagina worden weergegeven, horen daar niet bij. De teller staat voorlopig op nul. Op naar de duizend!
Last Thursday, I had the opportunity to attend a lecture by Gunter Pauli. A talk that turned out to be very interesting. For anyone not familiar with Pauli or his idea’s:
He was founder and CEO of Ecover, the first company to market ecological cleaning products on a large scale. Their ecological factory (pdf) is still an example for the industry! FastCompany interviewed Pauli about Ecover in 1993, so go read that if you are interested in its background and underlying principles.
Following that, he set up ZERI, the Zero Emissions Research and Initiatives foundation that is committed to creating ‘a new paradigm of sustainable industry by targeting zero gaseous, liquid and solid emissions, and by making Zero Emissions a world-wide industry standard’;
He has been advising diferent governments and large companies, like Unilever, on how they can decrease their emissions.
As you can telll, this is someone with a vision. A vision that, once implemented, can change the way we use and live in our environment. And the best part is, he is not only trying to explain us how we can transform our waste generating consumer-world to a green, sustainable and viable economy, he is working on projects where hardly any waste is left unused. Using all available innovation and creativity he can muster, backed by a solid scientific background.
So, why is our current economic model fundamentally flawed? I will let Gunter explain it to you:
The capacity to produce much more with less is the basis of the homo economicus, and represents the heart and soul of economics. While all agree that the main objective and contribution of economics is its drive towards productivity and efficiency, responding to the needs on the market, it clearly has a long way to go before it can pretend to even have come close to that goal. Economics is a science, which still operates in Stone Age, at a time when humanity has already entered Space Age.
If economists were to search for a new production model which is based on systems, inspired by nature, which emulate nature and which operate in harmony with nature, then this science is likely to succeed in providing the minimum of goods and services to all on the globe without exhausting the Earth’s limited resources, without engendering a collapse of the ecosystem on which we are dependent.
(Dit is een van de items afkomstig van mijn oude weblog, dat niet meer beschikbaar is online. In de komende tijd zal ik meer inhoud terug online zetten.)