Auteursrecht is een groot goed. Het geeft mensen die iets creëren (schrijvers, schilders, fotografen, etc.) het recht om te bepalen hoe, waar en wanneer hun werk mag worden gebruikt. Hieronder valt onder andere het recht om kopieën en reproducties van het werk te maken, het te verkopen of om afgeleide producten te maken en het werk tentoon te stellen.

Omdat er weinig creatievelingen zijn die dag in, dag uit bezig willen zijn met het beheren en beschermen van hun auteursrecht zijn hier organisaties voor opgezet. En deze auteursrechtorganisaties doen erg nuttig werk:
- Ze houden bij waar, hoe en hoe vaak auteursrechtelijk beschermde werken gebruikt worden;
- Innen een vergoeding voor het gebruik van deze creaties;
- En verdelen dit geld weer onder de rechthebbenden.
Een mooi systeem, nietwaar? Je zou denken van wel. Toch haalde Karin Spaink in Het Parool flink uit naar deze clubs:
Auteursrechtenorganisaties roepen moord en brand over downloaden en piraterij, we lezen wekelijks hoe erg internet voor auteursrechten is, maar tegelijkertijd zijn ze zelf sloom, ouderwets en achterlijk, en verhinderen ze de legale verkoop van materiaal dat mensen graag willen aanschaffen.
De ondoorzichtige wereld van de auteursrechtorganisaties
Om het overzichtelijk te houden zijn er tig organisaties die zich opwerpen als belanghebbenden van kunstenaars en artiesten. Ik tel er 21. De bekendste daarvan zijn Stichting Brein (tegen misbruik van auteurs- en naburige rechten), Buma/Stemra (muziekauteursrecht) en Stichting De Thuiskopie (voert de thuiskopieregeling uit).
Een aantal van de 21 zijn aangewezen door de overheid om een bepaalde taak uit te voeren. Deze worden gecontroleerd door een College van Toezicht (omdat ze een monopoliepositie bezitten). Veel meer stichtingen hoeven helemaal geen rekenschap af te leggen en zijn niet te controleren. Bovendien is het maar de vraag of het eerder genoemde College van Toezicht voldoende bevoegdheden heeft. Transparant kun je het niet noemen.
Auteursrecht in het digitale tijdperk
Dankzij internet kent iedereen de namen Brein en Buma/Stemra. Alle ontwikkelingen rondom het web hebben hen een duidelijke missie en bestaansrecht gegeven: de “boeven” pakken die bestanden waarop auteursrecht rust uploaden en op internet beschikbaar maken.
Deze organisaties zijn er echter niet in geslaagd zich aan te passen aan de radicale veranderingen die het digitale tijdperk met zich meebrengt. Dit ligt waarschijnlijk mede aan het feit dat ze als vertegenwoordigers van de platen- en filmindustrie een in het nauw gedreven branche vertegenwoordigen. Vier punten die dit illustreren:
- Digitale distributie, zowel bedreiging als kans: Het gebruiken, kopiëren en vooral distribueren van digitale bestanden is natuurlijk onvergelijkbaar met het maken van een kopie in het analoge tijdperk. Hierop is niet of veel te laat ingespeeld door de platenmaatschappijen en de vertegenwoordigers daarvan. Terwijl het een eigenlijk een kans is. Als iedereen alle ooit gemaakte muziek en films kan downloaden, zijn er veel meer mogelijkheden om klanten/fans te winnen;
- Downloaden als klantenbinding: Downloaden hoeft helemaal geen probleem te zijn. Er zijn voldoende voorbeelden te noemen van bands die dankzij gratis downloads een grote schare fans opbouwden en daar goed aan verdienen. Het beleid van de platenmaatschappijen en de vertegenwoordigende auteursrechtorganisaties staat dit echter niet toe omdat ze gefocust zijn op de rechten, en niet op de verdiensten die het uiteindelijk de artiest kan opleveren;
- Open licenties naast exclusief copyright: De laatste jaren zijn bovendien alternatieven voor het exclusieve auteursrecht aan het opkomen. Dit zijn “open” licenties als die van Creative Commons, die gebruikers van auteursrechtelijk beschermde werken veel meer rechten en mogelijkheden geven. Op de fotosite Flickr.com zijn al miljoenen foto’s beschikbaar onder Creative Commons licenties. Artiesten die lid zijn va de Buma/Stema mogen echter geen muziek beschikbaar stellen onder Creative Commons. En dat er zoiets als open source software bestaat (Firefox? Thunderbird?) is ook nog niet doorgedrongen tot Stichting Brein;
- Nieuwe mediavormen: Er zijn nieuwe media onstaan die veel minder controleerbaar zijn. Denk aan Youtube. Internetradio. Of podcasting. Hiervoor geldt weer hetzelfde als onder punt 1: je kunt het zien als een bedreiging of een kans. Amerikaanse internetradio lijkt de nek te worden omgedraaid door torenhoge tarieven. En podcasters vluchten massaal naar muziek die niet onder het klassieke auteursrecht valt. Gemiste kansen.
Het is en blijft belangrijk dat artiesten betaald worden voor hun werk. De vraag is of dat het beste kan gebeuren door organisaties die vooral de belangen van platen- en filmmaatschappijen behartigen. Ik denk het niet. Of deze auteursrechtinners moeten zichzelf opnieuw uitvinden en realiseren dat internet vooral ook kansen biedt voor hun klanten: de artiest.
Update: Het Europees Parlement heeft gisteren trouwens een nieuwe richtlijn aangenomen over het strafrechtelijk aanpakken van auteursrechtschendingen.