Roel Een vrolijk weblog

Flickr View All »

Posted
24 June 2007 @ 2pm

Tagged
Uncategorized

No Comments Yet

Fotoblog: Florence!

Het is alweer 3 weken geleden dat we terugkwamen van vakantie met circa 1500 foto’s. Langzamerhand ben ik klaar met de eerste selectie daarvan, zoals je op Flickr.com kunt zien. Tijd voor een fotoblog dus!

Klaproos Florence

Ponte Vecchio, Florence

Buste in Florence

Binnenkort wil ik gaan experimenteren met een polarisatiefilter. Qua glas zit ik daarnaast te denken aan een zoomlens, alhoewel het macro-werk van Kenneth me ook aanspreekt. Keuzes…


Posted
22 June 2007 @ 10am

Tagged
Uncategorized

5 Comments

Weblogs zijn slecht

…voor uw privacy. Sargasso bewijst het:

Dat internet en privacy op gespannen voet staan, weet inmiddels menigeen. Maar vaak wijst men dan als eerste naar een overheid die misbruik maakt van haar rechten gegevens op te vragen. Of naar de Verenigde Staten die met Echelon heel uw leven volgt.
Maar de bedreiging van uw privacy kan ook uit een heel onverwachtse hoek komen, namelijk van ons.

Lees het complete artikel.


Posted
21 June 2007 @ 1pm

Tagged
Uncategorized

No Comments Yet

De scheiding van internet

In de V.S. lijkt het alsof het neutrale internet (waarbij backbone-beheerders onder gelijke omstandigheden alle internetverkeer doorgeven) langzaamaan wordt ingeruild voor het gescheiden internet van bevoordeelde en benadeelde internetdata. Vorig jaar werden de verbindingen van YouTube’s provider afgeknepen door de backbone-beheerders, omdat die een groter graantje mee wilden pikken van de bijbehorende verdiensten.

Naar aanleiding van het onlangs georganiseerde symposium over netneutraliteit geeft Joris van Hoboken op XS4All’s Opinieweblog zijn analyse van dat debat en z’n visie op netneutraliteit. Daarbij haalt hij een belangrijk punt aan:

Wat soms onderbelicht blijft in dit debat is een van de voordelen die de neutraliteit de broadband providers biedt, namelijk een beperking van aansprakelijkheid. Als de Internet diensten op netwerk niveau besluiten zich uit eigen belang/beweging te gaan bemoeien met de inhoud of herkomst van pakketjes, dan openen ze de mogelijkheid dat anderen hen vragen in hun belang hetzelfde te doen. Zonder het te weten zouden de telco’s met hun bemoeienis zich wel eens een hoop juridische problemen op de hals kunnen halen.

Dit is een vervolg op het argument dat Michael Geist (een vooraanstaand Canadees professor op het gebied van internetrecht) aanhaalde naar aanleiding van het bericht dat het grootste Amerikaanse telecombedrijf AT&T namens de filmstudio’s uit Hollywood illegaal verspreide films uit het internetverkeer gaat filteren.

Het zal toch niet zo zijn dat over een paar jaar alle, volgens onze internetaanbieder, ‘foute’ websites en downloads niet meer kunnen bereiken? Terwijl al ons surfgedrag wordt opgeslagen en geanalyseerd door overheden. En daarnaast Google, MSN/Microsoft, Yahoo! en consorten ook nog eens ons online leven bijhouden. Beangstigend.


Posted
14 June 2007 @ 2pm

Tagged
Uncategorized

No Comments Yet

Productiviteit en/versus innovatie

Zelf heb ik geen economische achtergrond, en Dave Pollard volgens mij ook niet, maar toch ik vind zijn betoog tegen de huidige definitie van economische productiviteit zó de moeite dat ik het hier even onder de aandacht breng:

A new report by the Conference Board of Canada laments the country’s lagging productivity, measured by factors such as business and technology
literacy, innovation and investment in R&D. To this extent they have a point. However, their prescription for improving the situation is mostly the same tired, discredited and decidedly un-innovative
‘globalization’ techniques:

  • cutting costs to be ‘competitive’ with wage-slave countries;
  • attracting more foreign investment (read: takeovers);
  • investing in ‘commercialization’ instead of imagination and creativity (not sure what we would then have to
    commercialize);
  • writing more scientific articles and registering more patents;
  • tax cuts for corporations and rich investors (we all know how well this has worked in the US), and;
  • deregulation (so we can have more Enrons, WorldComs, Arthur Andersens, and then knee-jerk Sarbanes-Oxleys
    when corporate crimes rise in response).

With ‘ideas’ like this — I’ve debated often with those at the Conference Board, and they’re sloggers, mostly competent but short on imagination and critical thinking — it’s not surprising that we rank low in innovation.

So what should Canada do?

Wat zou Canada moeten doen? Hetzelfde geldt natuurlijk voor Nederland als onderdeel van de EU (die zo graag willen innoveren). Pollard heeft een uitgebreid antwoord. Het belangrijkste uit zijn verhaal vond ik:

[..] there’s a more effective approach that the Conference Board and other non-thinkers never seem to broach: Supporting Canadian entrepreneurship. Drucker realized that entrepreneurship is the principal driver of innovation, and that innovation (not profit margin) is the driver of real productivity. It’s all about meeting needs more effectively. It’s about making stuff that works, and is durable, not how cheap you can import throwaway crap.

Kort samengevat: stimuleer duurzaam ondernemerschap.


Posted
13 June 2007 @ 4pm

Tagged
Uncategorized

1 Comment

Netneutraliteit op de wip?

Stel je eens voor: Jij hebt veel vrienden en familie die in het buitenland wonen. Via Skype of Jajah.com (of een andere Voice Over IP dienst) hebben jullie regelmatig contact. Maar ineens werkt je VOIP-programma niet of nauwelijks meer! Dan zou het kunnen dat je internetprovider, die zelf een betaalde VOIP-dienst aanbiedt, het gebruik van concurrerende VOIP-diensten probeert te belemmeren.

Het bovenstaande is nog nauwelijks in Nederland voorgekomen. Momenteel is het nog zo dat de beheerders van de verbindingen tussen de verschillende internetwerken al het internetverkeer op dezelfde, neutrale manier doorgeven. Dit noemen we netneutraliteit. De hedendaagse breedbandaanbieders zien echter duidelijk mogelijkheden in het beperken en voorrang geven van bepaalde websites of internetdiensten. Het laatste natuurlijk tegen gepaste betaling.

Een internet van voorrang en beperkingen heeft echter grote nadelen, zoals gisteren werd aangehaald op het symposium ‘Netneutraliteit tegen het licht‘ (waarvan hier een verslag staat):

Voordelen van netwerkneutraliteit is dat er laagdrempelig toegang is tot internet voor zowel consumenten, prosument als producent. Zonder netwerkneutraliteit wordt het startups (zoals de “next google”) veel moeilijker om hun diensten via internet aan te bieden en zou internet verworden tot een soort van Kabel TV, waarbij de (breedband toegang) aanbieder bepaald wat er te zien is. Dat is een bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting en zal veel regeling achteraf (ex-post) tot gevolg hebben, om het weer recht te trekken.

Conclusie van het symposium was “dat het vooral een theoretische discussie is, want je kan geen voorrang geven aan pakketjes, want er is toch voldoende capaciteit”. Daar is het een en ander op aan te merken, maar positief is dat de betrokken partijen nadenken over netneutraliteit.

Terzijde, in de V.S. is netneutraliteit eerder afgewezen door het Huis van Afgevaardigden.


Posted
12 June 2007 @ 5pm

Tagged
Uncategorized

2 Comments

Brengt internet de nieuwe openheid?

De kracht van internet is de openheid. Iedereen kan alles wat online staat bekijken. Je kunt webpagina’s downloaden, de HTML code erachter bestuderen, daarvan leren en vervolgens je eigen website knutselen. Zoals Marco Raaphorst in z’n vlammende stuk over het belang van open internet al stelde:

Zonder het woord open, geen internet.

Openheid als kans én bedreiging

Nu zie ik op dit vlak twee ontwikkelingen:

  1. Aan de ene kant stimuleert internet als open medium allerlei open ontwikkelingen. Denk aan open source ontwikkeling van software, of de open access beweging die ijvert voor vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties. De vrijheid van het web stelt mensen in staat om audio en video te downloaden, welke de echte creatievelingen weer remixen tot nieuwe creaties. En die ontwikkeling wordt opgepikt door partijen die hier kansen in zien;
  2. Aan de andere kant zijn er veel mensen, bedrijven en instanties die in die openheid een bedreiging zien. Films, beelden en muziek waarvan zij de rechten bezitten stromen vrij van de ene naar de andere kant van het internet zonder dat dat de rechthebbenden iets oplevert.

Zelf behoor ik tot de mensen die menen dat de voordelen van openheid de nadelen van “het wegspoelen van het auteursrecht door het elektronische vergiet dat internet heet” (?) overstijgen. Niet de minsten zijn het hiermee eens: de BBC maakt bijvoorbeeld allerlei geproduceerde software beschikbaar onder open source licenties, en is bezig om (oudere) televisieprogramma’s voor download aan te bieden in het Creative Archive (welke helaas alleen in het Verenigd Koninkrijk beschikbaar is).

Aan de andere kant van het “open”-spectrum gaat meeste krakeel (lees: rechtszaken tegen notoire up-/downloaders) van vertegenwoordigers van rechthebbenden over inbreuken op het auteursrecht. Dat is vreemd, want zoals Diederik Stols in zijn column op Netkwesties uitlegt:

Het principe van de Auteurswet is even flexibel als eenvoudig. Alleen de maker heeft het recht zijn werk aan anderen openbaar te maken en te ‘verveelvoudigen’, ofwel te kopiëren.

En sinds 1912 heeft de Auteurswet al heel wat aanvallen overleefd: de grammofoonplaat, de cassetterecorder, de videorecorder, de cd en de dvd. Het heilige principe van het auteursrecht bleef al die tijd overeind. Even zovele keren werd het einde van de amusementsindustrie voorspeld.

Auteursrecht is dus een flexibeler concept dan juristen ons doen geloven. Bovendien spelen er meerdere belangen mee. Waar film- en muziekmaatschappijen bijvoorbeeld tegenaan lopen is dat veel rechtszaken leiden tot negatieve publiciteit. Veel misbruikers van auteursrechtelijk beschermde werken zijn juist de échte fans. Die verzamelen beeldmateriaal van hun favoriete film c.q. serie en zetten dit op een fansite. Die wil je niet van je vervreemden. Dus schakelen filmmaatschappijen langzaamaan over op een meer pragmatische benadering van inbreuken op hun auteursrecht. (Daarnaast zijn er meer redenen voor rechthebbenden om eens goed de kansen van een open internet te bestuderen.)

Duidelijkheid over het gebruiksrecht

Waar het volgens mij aan ontbreekt is duidelijkheid. De gemiddelde internetter houdt zich niet bezig met de auteursrechtelijke bescherming van een bepaald werk. Hij of zij consumeert, en een fractie van het internetpubliek remixt verschillende werken tot een nieuwe creatie. Bekend voorbeeld is de Grey Album, een mix van het White Album van The Beatles met het Black Album van Jay-Z. Beperkingen geven dit soort briljante producties geen stimulans. Veel beter zou het zijn om duidelijk aan te geven wat iemand wel met een werk mag doen: het creatieve gebruiksrecht. Hiervoor bestaan de Creative Commons licenties.

Creative Commons is in 2001 opgericht in de Verenigde Staten en biedt licenties aan die schrijvers, filmmakers, fotografen etc. de mogelijkheid bieden om met behoud van hun auteursrechten werken (via het internet) te verspreiden en ter beschikking te stellen voor hergebruik door derden.

Alles wat ik hier schrijf mag bijvoorbeeld worden hergebruikt, onder deze kort en krachtig geformuleerde rechten en voorwaarden. Stel je voor dat iedereen op deze manier zijn creaties beschikbaar zou stellen. Dan heb je pas een open internet!


Posted
12 June 2007 @ 2pm

Tagged
Uncategorized

No Comments Yet

Het Privacy Dashboard

Naar aanleiding van de controverse tussen Privacy International en Google herinnert John Battelle zich een eerdere gedachte:

Is it too much to ask, I keep asking, to ask our online services to provide us:

  • Access to a record of all the information they keep on us and how they use it
  • The ability to challenge that data’s accuracy, and edit it for accuracy
  • The ability to opt out (with a clear understanding of the resulting loss of services and opportunities that might result)
  • The ability to set permissions as to who else might see the data
  • The right to maintain a user copy of that data for archival purposes
  • The right to share in the value of that data on negotiated terms

Interessant om te zien dat ik een vergelijkbaar idee had. De slimmerikken bij Google hadden zoiets natuurlijk allang zelf bedacht, bleek uit het antwoord van Peter Fleischer (Google’s Privacy Council) op een vraag van Danny Sullivan (Search Engine Land):

How about it? I asked Google’s global privacy counsel Peter Fleischer about this [a privacy control panel, eds.] yesterday, when talking to him about the Privacy International survey.

“We’re thinking hard internally along the digital dashboard-type of approach. Is there a way to give users a dashboard and visibility to all these elements and give them control,” he said. “It would be hugely complicated to build, but in terms of that vision, I completely share it, and we’re having deep discussions about it.”

Het zal me benieuwen of we ooit onze eigen internetdata zullen beheren.


Posted
11 June 2007 @ 11pm

Tagged
Uncategorized

1 Comment

Palio di Siena

Anderhalve week geleden liep ik nog rond in Siena, omgeven door de gave resten van een veelbewogen historie. Je ziet en voelt die geschiedenis voortleven. De belangrijkste traditie van deze Toscaanse stad is de Palio, een spectaculaire paardenrace tussen de wijken, die wij helaas hebben gemist omdat deze pas in juli en augustus gereden wordt.

Maar gelukkig is er YouTube:

De regels? Bijna geen. Winnaar is de wijk waarvan het paard als eerste over de finish komt. De ruiter hoeft er dan niet meer op te zitten.


Posted
11 June 2007 @ 3pm

Tagged
Uncategorized

1 Comment

Google’s privacy fiasco?

Afgelopen zaterdag bracht Privacy International de eerste resultaten van een te verschijnen rapport (aankondiging, pdf) naar buiten over het privacybeleid van een aantal (23) grote internetsites. En Google wordt daarin compleet met de grond gelijk gemaakt. Als enige van de 21 krijgt ’s werelds favoriete zoekmachine het label ‘Comprehensive consumer surveillance & entrenched hostility to privacy‘.

Danny Sullivan van Search Engine Land, dé expert op het gebied van zoekmachines, dook in de bevindingen van Privacy International en kwam tot de conclusie dat de gepubliceerde onderzoeksresultaten onduidelijk en slecht onderbouwd zijn. Na er een eerste blik op te hebben geworpen ben ik het daar helemaal mee eens. De hierboven gelinkte pdf bevat een vaag gestructureerde tabel, waaruit niet duidelijk wordt wat de feiten zijn waarop het oordeel gebaseerd is en welke bronnen hierbij zijn gebruikt. Sullivan constateert dan ook terecht dat Google het niet beter of slechter doet dan de concurrentie.

De globale privacytrend

Als je de nadruk op Google even vergeet en de resultaten van het onderzoek globaal bekijkt, valt op dat geen enkel bedrijf als privacy-vriendelijk wordt aangemerkt. Logisch natuurlijk, omdat alle internetdiensten data verzamelen over gebruikers, deze bewaren en vervolgens analyseren om profielen te kunnen creëren. Hiermee kunnen ze gebruikers beter van dienst zijn en uiteindelijk meert geld kunnen verdienen. Dit is de realiteit van internetprivacy. En het is een gegeven dat weinig mensen interesseert of zelfs maar zorgen baart.

Volgens mij is die desinteresse onterecht. De grote internetbedrijven weten binnenkort meer persoonlijks over ons dan familie en vrienden. Het is naïef om te veronderstellen dat daar nooit misbruik van gemaakt zal worden. Daarom is het goed dat er organisaties zijn die aandacht besteden aan dit onderwerp. Al zou je wensen dat ze daar zorgvuldiger in waren.

De toekomst van privacy

Wat ik me wel afvraag is of de privacy-voorvechters niet teveel vasthouden aan het begrip privacy uit het pre-internettijdperk. Wat privacy precies inhoudt is in het digitale tijdperk snel aan het veranderen. Steeds meer mensen gooien hun hele hebben en houden online, zonder na te denken over wat dat kan betekenen. Eerst verbaasde ik me daarover. Waarom gaan mensen zo slorig om met hun online leven?

Nu denk ik ook steeds vaker dat het andersom moet zijn. Online moet veel kunnen, maar wij gebruikers moeten in staat zijn ons profiel te beheren. Probleem is dat het nog heel moeilijk om erachter te komen wat bedrijven van ons weten en wat ze met onze internetdata doen. De grote webdiensten zouden dat inzichtelijk moeten maken, en gebruikers toegang moeten geven tot hun eigen data. Wat dat betreft is Google’s persoonlijke Web History een begin. Het zou veel verder moeten gaan.

(P.S. Mijn ideeën over privacy ontwikkelen zich steeds verder. Binnenkort meer!)


Posted
4 June 2007 @ 11am

Tagged
Uncategorized

2 Comments

Leer anoniem internetten

Net terug van vakantie pikte ik afgelopen vrijdag het staartje van de hype rond De Grote Donorshow mee. Prachtig om te zien hoe men (internationaal) over elkaar heen buitelde van verontwaardiging. Mooier nog is dit bericht over onnozele rechercheurs dat vanochtend op Nu.nl verscheen:

Informatie van de politie belandt regelmatig op straat doordat rechercheurs gebruik maken van open bronnen op internet.
Veel rechercheurs beseffen niet dat ze door het gebruik van bijvoorbeeld internetzoekmachine Google, informatie weggeven en zo hun onderzoek onderuit halen.

Het is natuurlijk goed dat rechercheurs elkaar hiervoor waarschuwen, maar daar zijn ze rijkelijk laat mee. Het is al 2007!

Een lesje internetten voor justitie

Iedereen laat op internet een spoor na. Allereerst heeft jouw pc een uniek adres waarmee het zich online identificeert richting websites, het zogenaamde IP-adres. Als jij een website bezoekt, zal de beheerder van die site jouw IP-adres waarschijnlijk automatisch opslaan. Dit IP-adres, bestaande uit cijfers, wordt veelal automatisch gekoppeld aan de domeinnaam van jouw organisatie. Zo ziet een webmaster dat iemand van bijvoorbeeld IP-adres 123.45.67.890, welke valt onder het domein ‘politie.nl’, zijn site heeft bezocht.

Daarbovenop komt dat van elke bezoeker van je website ook bekend is hoe ze daar terecht zijn gekomen. Dit is de referrer. Als jij vanaf bijvoorbeeld retecool.com naar mijn site hebt geklikt, kan ik zien dat je van retecool.com afkomstig bent. Mooier is nog dat als jij op Google.nl zoekt naar (bijvoorbeeld) “foto’s brandgrens” en vervolgens op de link naar mijn artikel daarover klikt, de referrer deze informatie ook meeneemt. Ik zie dan dat jij met je unieke IP-adres op Google hebt gezocht naar bepaalde zoekwoorden, en van daaruit mijn site hebt gevonden.

Rechercheurs: surf anoniem!

Nu.nl vat het bovenstaande samen als:

Toch slaat de politie alarm omdat Google bij de doorgelinkte sites een visitekaartje van de politie achterlaat.

Daar klopt weinig van. Het is je eigen webbrowser die deze informatie doorgeeft. En het is helemaal niet zo moeilijk om dat ‘visitekaartje’ te verbergen. Het magische woord is in dit geval: een proxy server.

Een proxyserver is een server die zich bevindt tussen de computer van een gebruiker en de computer waarop de door de gebruiker gewenste informatie staat (het Engelse woord proxy betekent “tussenpersoon”). Wil iemand op een computer waarop een proxyserver is ingesteld een andere computer bereiken, dan gebeurt dit niet rechtstreeks, maar via deze proxyserver.

Als je alles goed ingesteld hebt zal jouw internetverkeer via een proxy server worden omgeleid. Beheerders van websites zien dan alleen het IP-adres van de proxy server. Als de proxy server correct is ingesteld wordt zelfs je referrer verborgen. En dan ben je compleet anoniem. Behalve voor de beheerder van de proxy server natuurlijk (maar ik ga er vanuit dat de recherche een eigen proxy server beheert, toch?).

Wil je het nog makkelijker, dan zou je kunnen overwegen om een programmaatje te installeren die je browser automatisch gebruik laat maken van proxy servers. Op Anoniemsurfen.com waren ze hier een tijdje geleden mee bezig. Een vrij nieuwe, betaalde dienst op dit vlak is het Zweedse Relakks.

Test voor en nadat je proxy servers hebt ingesteld wel even of je IP-adres ook echt veranderd is. Anders leef je misschien in de illusie onzichtbaar te surfen terwijl iedereen ziet wie je bent. Ben je nieuwsgierig geworden? Verdiep je dan verder in anoniem surfen.


← Before After →