Open innovatie heeft de toekomst
Innovatie. Het is langzamerhand een gevleugeld woord aan het worden in de media. Europa moet innoveren om de rest van de wereld bij te kunnen houden. Nederland heeft haar eigen Innovatieplatform. Maar de betekenis van innovatie verwatert ondertussen op dezelfde manier als het begrip duurzaamheid de afgelopen jaren verwaterde.
Wat betekent innovatie? Volgens de Van Dale is het “invoering van iets nieuws”. Wikipedia gaat al iets verder en stelt: “Innovatie of vernieuwing is het invoeren van nieuwe ideeën, goederen, diensten en processen. Innovatie kan plaatsvinden binnen organisaties maar ook binnen bredere verbanden. Het proces van innovatie draait om dingen op een nieuwe (en zo mogelijk ook betere) manier aan te pakken.”
Daarbij maken de Wikipedia-redacteuren onderscheid tussen een uitvinding en een innovatie. De eerste kom je (bijvoorbeeld) tegen in een laboratorium, van de tweede spreek je als een uitvinding is geïmplementeerd in een (productie)proces.
Zoals ik al aangaf in het item over de innovatie van Nintendo kan het succesvolle resultaat van innovatie bestaan uit hele kleine aanpassingen aan een product. Meestal is het eerder zo dat kleine aanpassingen van een product of proces vanuit een nieuwe visie succesvoller zijn dan intensieve technologische verbeteringen. Arnoud Engelfriet legt dezelfde nadruk in zijn artikel over open innovatie. Daarin geeft hij aan in welke richting innovatie moet gaan:
Een innovatie is een feature, een aspect, een onderdeel van een product. Een moderne televisie bevat bijvoorbeeld meer dan 600 uitvindingen . Sommige daarvan zijn innoverend: Ambilight, 100 Hertz, verbetering van de beeldkwaliteit. Andere zijn al oud: teletekst, automatische zenderselectie, stereo geluid. En dat zijn er nog maar zes van de zeshonderd.
Die overige 594 bij elkaar harken is nog een flinke klus. Die technologieën beschouwen we allang niet meer innoverend of differentiërend. Die wil je dus graag zo goedkoop mogelijk ergens inkopen, en het maakt niet zo veel uit bij wie. Zolang het maar gewoon werkt. Hoe krijg je dat nu voor elkaar?
Het antwoord is: open source software. Deze vrij beschikbare software is het platform waarop voortgebouwd kan worden. Bedrijven en organisaties hoeven zo niet steeds zelf het wiel opnieuw uit te vinden, maar bouwen voort op het eerdere werk van anderen. En daaraan voegen ze hun eigen onderscheidende elementen toe. Dat dit geen toekomstmuziek is blijkt wel uit het volgende lijstje:
- Nokia is druk bezig met open source;
- IBM gelooft volledig in open source als onderdeel van de innovatiestrategie;
- De succesvolle internetbrowser Firefox is weer gebaseerd op de open source gemeenschap rond Mozilla; en
- Technologieën die door de Firefox/Mozilla open source gemeenschap werden gecreëerd vormen nu de basis van vernieuwende applicaties als Joost en Songbird.
- En dan ga ik in dit overzicht nog niet eens in op de open source software waarop de helft van alle websites wereldwijd draaien, als het niet meer is.
Open source als basis voor innovatie is dus geen droom, het is realiteit. Voorlopig is het beperkt tot web- en IT-gerelateerde organisaties of organisatie-onderdelen. Maar naast de software komt er ook steeds meer interesse voor het proces van samenwerken waaruit open source software ontstaat. Ook wel Crowdsourcing geheten. Daarover binnenkort meer, zodra ik in het al klaarliggende Wikinomics ben gedoken (dat niet voor niets de ondertitel ‘How Mass Collaboration Changes Everything’ heeft).
4 Comments