Brengt internet de nieuwe openheid?
De kracht van internet is de openheid. Iedereen kan alles wat online staat bekijken. Je kunt webpagina’s downloaden, de HTML code erachter bestuderen, daarvan leren en vervolgens je eigen website knutselen. Zoals Marco Raaphorst in z’n vlammende stuk over het belang van open internet al stelde:
Zonder het woord open, geen internet.
Openheid als kans én bedreiging
Nu zie ik op dit vlak twee ontwikkelingen:
- Aan de ene kant stimuleert internet als open medium allerlei open ontwikkelingen. Denk aan open source ontwikkeling van software, of de open access beweging die ijvert voor vrije toegang tot wetenschappelijke publicaties. De vrijheid van het web stelt mensen in staat om audio en video te downloaden, welke de echte creatievelingen weer remixen tot nieuwe creaties. En die ontwikkeling wordt opgepikt door partijen die hier kansen in zien;
- Aan de andere kant zijn er veel mensen, bedrijven en instanties die in die openheid een bedreiging zien. Films, beelden en muziek waarvan zij de rechten bezitten stromen vrij van de ene naar de andere kant van het internet zonder dat dat de rechthebbenden iets oplevert.
Zelf behoor ik tot de mensen die menen dat de voordelen van openheid de nadelen van “het wegspoelen van het auteursrecht door het elektronische vergiet dat internet heet” (?) overstijgen. Niet de minsten zijn het hiermee eens: de BBC maakt bijvoorbeeld allerlei geproduceerde software beschikbaar onder open source licenties, en is bezig om (oudere) televisieprogramma’s voor download aan te bieden in het Creative Archive (welke helaas alleen in het Verenigd Koninkrijk beschikbaar is).
Aan de andere kant van het “open”-spectrum gaat meeste krakeel (lees: rechtszaken tegen notoire up-/downloaders) van vertegenwoordigers van rechthebbenden over inbreuken op het auteursrecht. Dat is vreemd, want zoals Diederik Stols in zijn column op Netkwesties uitlegt:
Het principe van de Auteurswet is even flexibel als eenvoudig. Alleen de maker heeft het recht zijn werk aan anderen openbaar te maken en te ‘verveelvoudigen’, ofwel te kopiëren.
En sinds 1912 heeft de Auteurswet al heel wat aanvallen overleefd: de grammofoonplaat, de cassetterecorder, de videorecorder, de cd en de dvd. Het heilige principe van het auteursrecht bleef al die tijd overeind. Even zovele keren werd het einde van de amusementsindustrie voorspeld.
Auteursrecht is dus een flexibeler concept dan juristen ons doen geloven. Bovendien spelen er meerdere belangen mee. Waar film- en muziekmaatschappijen bijvoorbeeld tegenaan lopen is dat veel rechtszaken leiden tot negatieve publiciteit. Veel misbruikers van auteursrechtelijk beschermde werken zijn juist de échte fans. Die verzamelen beeldmateriaal van hun favoriete film c.q. serie en zetten dit op een fansite. Die wil je niet van je vervreemden. Dus schakelen filmmaatschappijen langzaamaan over op een meer pragmatische benadering van inbreuken op hun auteursrecht. (Daarnaast zijn er meer redenen voor rechthebbenden om eens goed de kansen van een open internet te bestuderen.)
Duidelijkheid over het gebruiksrecht
Waar het volgens mij aan ontbreekt is duidelijkheid. De gemiddelde internetter houdt zich niet bezig met de auteursrechtelijke bescherming van een bepaald werk. Hij of zij consumeert, en een fractie van het internetpubliek remixt verschillende werken tot een nieuwe creatie. Bekend voorbeeld is de Grey Album, een mix van het White Album van The Beatles met het Black Album van Jay-Z. Beperkingen geven dit soort briljante producties geen stimulans. Veel beter zou het zijn om duidelijk aan te geven wat iemand wel met een werk mag doen: het creatieve gebruiksrecht. Hiervoor bestaan de Creative Commons licenties.
Creative Commons is in 2001 opgericht in de Verenigde Staten en biedt licenties aan die schrijvers, filmmakers, fotografen etc. de mogelijkheid bieden om met behoud van hun auteursrechten werken (via het internet) te verspreiden en ter beschikking te stellen voor hergebruik door derden.
Alles wat ik hier schrijf mag bijvoorbeeld worden hergebruikt, onder deze kort en krachtig geformuleerde rechten en voorwaarden. Stel je voor dat iedereen op deze manier zijn creaties beschikbaar zou stellen. Dan heb je pas een open internet!
June 14th, 2007 at 3:39 pm
Hoi Roel,
Leuke column! Interessant in dit licht is een onderzoek dat binnenkort verschijnt over de mening van senior executives uit de media & entertainment industrie. Lees er meer over op http://www.frankwatching.com/archive/2007/06/14/content-en-technologie-herdefinieren-media/
June 14th, 2007 at 11:18 pm
Hoi Arjen! Bedankt voor de tip. Ik zal het stuk op Frankwatching eens gaan lezen.