“I wish you would use all means at your disposal — films! expeditions! the web! more! — to ignite public support for a global network of marine protected areas, hope spots large enough to save and restore the ocean, the blue heart of the planet.”
Nee, laten we er nu geen top-10 lijstje van maken. Ik ben geen cultureel of literair expert, en het opstellen van “Het beste van”-overzichten laat ik graag over aan de echte liefhebbers.
Boeken
Aan lezen kom ik de laatste jaren veel minder toe. Of: ik maak er te weinig tijd voor. Drie prachtige boeken zijn me bijgebleven:
Het huis van de moskee – Kader Abdollah
Night train to Lisbon (Nachttrein naar Lissabon) – Pascal Mercier
Muziek
2008 was het jaar waarin ik weer vaker naar concerten ging. Voorheen miste ik optredens de ik graag had willen zien, omdat ik nooit op tijd wist wanneer favoriete bands in de buurt waren. Mede dankzij de attenderingen van Last.fm via RSS, en de nieuwsbrieven van ‘t Paard, Rotown en Watt ging dat de laatste 12 maanden wonderwel goed!
Foto van Death Cab for Cutie op Crossing Border
Op de stereo, pc en mp3-speler genoot ik met name van P.J. Harvey, Death Cab for Cutie, en de debuten van The Last Shadow Puppets en The Wombats. Al kun je dat misschien niet helemaal aflezen aan mijn meest gedraaide artiesten volgens Last.fm.
In 2009 zal ik steeds vaker op de Hype Machine en op Last.fm te vinden zijn, om nieuwe muziek direct naar m’n pc te streamen. Een jaar geleden moest ik nog niet denken aan de voorspelde toekomst van streaming muziekabonnementen in plaats van tastbare muziekcollecties thuis. Maar dat vooruitzicht begint steeds aantrekkelijker worden.
Films
Na boeken en muziek blijft bij mij logischerwijs films over. Prettig verrast was ik door een van de openingsfilms van het Rotterdams Filmfestival 2008: Juno. Een intelligente komedie met scherpe dialogen over een tienerzwangerschap, zonder het gebruikelijke moralistische geneuzel van Amerikanen bij dat onderwerp.
De filmposter van Juno
Verbazingwekkend vrolijk was Happy-Go-Lucky, van Mike Leigh. Ook een comedy inderdaad, maar Brits, over een jonge vrouw met een onverwoestbaar positieve kijk op het leven. Zo onverwoestbaar dat het soms irritant wordt, maar tegelijkertijd zo ontwapenend dat die irritatie vervliegt als sneeuw voor een zon(nig humeur). De derde film die me te binnen schiet is Mio fratello è figlio unico. Hou je van Italiaans drama, dan moet je die zeker eens huren.
Wat waren volgens jou de niet te missen boeken, muziek en films van de afgelopen tijd? Het reactieformulier hieronder staat open voor suggesties!
Misschien is Sicilië wel een van de meest exotische plekken van Europa. Voornamelijk dankzij de bewogen geschiedenis en de interessante geologie van het eiland. Al is een bezoek aan Sicilië zeker ook een culinair genoegen.
Begin april was ik met G. een lang weekend in Berlijn. Het was mijn eerste bezoek, en ik heb genoten! Deze stad is dynamisch, er is constant een spanning tussen verleden en heden, klassiek en modern, Oost en West.
Wat opvalt is het vaak desolate van de brede Oost-Berlijnse lanen en de bijbehorende communistische architectuur. Daartegenover heb je dan de mooie wijken die na de Wende heel snel populair zijn geworden. En het voormalige West-Berlijn? Tsja, dat voelt een beetje als een soort buitenwijk, ver van waar ‘het’ nu allemaal gebeurt.
Eerlijk gezegd vond ik de voormalig Oost-Duitse gebouwen en wijken niet lelijk. Anders natuurlijk, en niet te vergelijken met die knusse Hollandse stadjes, maar met een typische uitstraling. Misschien is dit Oost-Berlijn juist herkenbaar voor ons geworden door recente films als Das Leben der Anderen en Goodbye, Lenin?
Het eten in Berlijn is net zo divers als de rest van de stad. Restaurants zijn goedkoop, de kwaliteit die wij voorgeschoteld kregen was meestal prima, en soms was er tijd voor een Duitse snack als currywurst:
De meeste indruk op mij maakten, ieder op een verschillende manier en ondanks of dankzij het feit dat er zoveel geschiedenis achter zat, de volgende drie zaken:
De grijze kolommen van het Holocaust monument. Echt. Van buitenaf lijkt het niet veel. Loop er tussendoor, blijf even staan, en laat het op je inwerken.
De prachtig verbouwde Reichstag. Oud, en toch nieuw. Het voelt opnieuw als de zetel van de macht, met mooi uitzicht richting zowel oost als west.
Het zeer goed geregelde openbaar vervoer. Er gaat toch niets boven metropolen en hun metrostelsels!
Voor de Muur hoef je wat mij betreft niet te gaan. Loop gewoon door de stad en neem het uitstekende openbaar vervoer, zoek de historische plekken op, en laat die daarna weer achter je om ook van het moderne Berlijn te gaan proeven.
En als je van moderne kunst houdt, breng dan zeker een bezoek aan het Hamburger Bahnhof museum. Dat is vlakbij het nieuwe, glimmende Hauptbahnhof, dus dan kun je twee vliegen in een klap slaan.
Een impulsaankoop, iets ander kon ik mijn bestelling van een Bubba thuisserver een kleine 6 maanden geleden niet noemen. Want wat moet je nu met een pc waarop je niet eens Windows kunt installeren? Nou, veel!
Excito, de producent van de Bubba, noemt het een mini home server. Een goed gekozen naam, als je kijkt naar het formaat van het kastje.
Op de website van Excito geven ze een aantal redenen waarom je gelukkig zou kunnen worden van dit gadget. Voor mij ging het om:
Een centrale schijf in het netwerk, voor alle muziek en video (die weer via DAAP en UPnP gedeeld wordt);
Die weinig energie verbruikt (circa 10% van wat een desktop slurpt);
En ook nog eens torrents kan downloaden als ik lig te slapen!
Dat alles op Linux draaide vond ik ook een pluspunt. Zo had ik de mogelijkheid zelf software-matig wat aanpassingen door te voeren, mocht ik dat willen.
Zoals je op de Bubba-site kunt lezen is het tegelijkertijd ook een webserver (geschikt voor simpele websites), een printerserver waarover iedereen in huis op een centrale printer kan printen (niet geprobeerd), en een centrale e-mailopslag (als je het zo instelt dat je e-mail wordt opgehaald). Over deze functionaliteit kan ik kort zijn. De webserver-functionaliteit ben ik gaan gebruiken voor een simpele intranet-website, maar meer ook niet. Een printer heb ik er niet op aangesloten, puur omdat ik thuis nooit print. En mijn e-mail zit in Gmail, maar ik zou me kunnen voorstellen dat iemand z’n Bubba opdracht geeft alle e-mail ter backup op te halen van internet. Dat terzijde.
De Bubba zelf viel me in het begin een beetje tegen. Klein en energiezuinig was hij zeker. Stil meestal ook (al bromde de harde schijf soms een beetje). Muziek afspelen via DAAP werkte perfect. En het beheer van downloads en torrents via mijn webbrowser ging ook prima. Helaas liep de ingebouwde download-applicatie regelmatig vast. Niet onoverkomelijk (effe een reboot, of via SSH inloggen op de Bubba en het betreffende script restarten), maar toch.
Gelukkig bleek dat de ontwikkelaars van de Bubba niet stilzaten, en regelmatig updates van de Bubba-software uitbrachten die je met 1 druk op de knop kon installeren. Met name de update naar versie 0.52 van de Bubba software heeft de download-applicatie tot een stabiel stuk software gemaakt. En de Bubba daarmee tot een goed product, wat mij betreft. Hoogstens is de prijs niet heel laag ten opzichte van concurrerende producten.
Buma/Stemra, de stichting die de rechten van artiesten zegt te beheren, probeert al een paar jaar het toch enigszins onregelbare internet te reguleren door muziek/film-uploaders en torrentsites aan te klagen. Bij elke poging daartoe wordt ze aangewreven dat ze niets van internet snappen. Maar gisteren hebben ze duidelijk laten blijken dat ze geroutineerde internetgebruikers zijn, met een mooi staaltje angstzaaierij (ook wel FUD genaamd in webkringen): Ineens moeten muziekweblogs volgens Buma betalen voor het embedden van videoclips van YouTube.
De auteursrechtenorganisatie bepleit dat het vertonen van geëmbedde muziekvideo’s onder een eigen url een nieuwe openbaarmaking is en daar dus voor betaald moet worden. Linken naar het de video op de site van YouTube mag wel, staat te lezen in de mail.
Een vreemde redenering, lijkt me, want het embedden van een video is net zoiets als het het tippen van bekenden over een goede documentaire/film welke die avond wordt uitgezonden. Elke wereldwijde internetgebruiker heeft ten slotte al toegang tot een videoclip op YouTube.
Webcasting is een vorm van openbaar maken, daarvoor is een licentie nodig. Dat is duidelijk. Maar iemand die faciliteert bij webcasten, maakt zelf niet openbaar. En wie niet openbaar maakt, pleegt geen inbreuk op het auteursrecht en heeft dan ook geen licentie nodig.
Het is niet netjes om bloggers en Youtube dan zo over één kam te scheren. Youtube maakt openbaar en moet daarvoor een licentie nemen. De schade die de bloggers veroorzaken door hun embed-acties, is afgeleide schade en staat niet in verhouding tot de schade die Youtube veroorzaakt bij de auteursrechthebbenden.
Vervolgens concludeert Arnoud dat YouTube als de openbaarmaker schade veroorzaakt en dus door Buma aangesproken zou moeten worden, en dat muziekweblogs hoogstens hier zijdelings aan bijdragen en dus zeker geen volledige webcasting-licentie nodig zouden moeten hebben. Maar…
…YouTube heeft volgens mij duidelijk afgebakende gebruikersvoorwaarden. Waarin onder andere staat dat:
Iedereen die video upload naar YouTube, aan YouTube het recht geeft om wereldwijd en zonder royalties te betalen deze video te vertonen (zie Terms of Use, punt 6, onder C).
Verder is het je alleen toegestaan om video’s te uploaden die voldoen aan de YouTube Community Guidelines (zie Terms of Use, punt 6, onder E). Deze stellen duidelijk dat jij, voor elke video die je uploadt, over de juiste rechten moet beschikken.
Mijn conclusie: als jij een YouTube video embed, mag je er vanuit gaan dat je dit kosteloos mag doen. De verantwoordelijkheid voor het geven van uitzendrechten, en daarmee embed-rechten, aan YouTube voor de betreffende video ligt bij de uploader.
Mensen zijn kuddedieren, en als ze het eens in hun hoofd hebben gehaald om een iPod te kopen dan moet en zal dat ooit gebeuren. En zo geschiedde het dat ik op een dag een ooit-misschien-semi-hip-maar-nu-allang-mainstream mp3-spelertje rijker en bijna 300 euri armer de winkel uit stapte. Dat was de start van mijn langzaam groeiende Ipodafkeer, ook al was ik me daar toen nog niet van bewust.
Het begon al na enkele weken. Ineens was de ‘Hold’ knop van de iPohd kaduuk, waardoor je hem wel uit kon zetten maar hij vanzelf weer aan ging en in je jas of tas zichzelf leegspeelde. De Apple-winkel deed niet moeilijk, beloofde alles te repareren, en gaf me anderhalve week later maar een nieuwe iPod omdat ze het ook niet precies wisten.
Een paar maanden later. Na bijna dagelijks lekker muziek geluisterd te hebben was de iPut, ineens, zo dood als een baksteen. Niks meer mee aan te vangen, ook niet na hem urenlang via de (bijgeleverde) USB-kabel bijgetankt te hebben. Dus opnieuw naar de Apple-winkel. Daar waren ze ruim een half uur bezig met mijn IPot, een iMac en een lichtnetadapter om er weer een beetje stroom in te krijgen zodat de baksteen geformateerd kon worden tot iets bruikbaars.
Dik een jaar verder overkwam me hetzelfde: iPod iKaput. En geen garantie meer. Ja, natuurlijk kon de Apple-winkel my precious opsturen voor reparatie, voor een luttele €170. Nee, dankjewel! En anders had ik de optie om online, bij ifixipodsfast.com een nieuwe batterij te bestellen. Dat een webwinkel met die naam bestaat is veelzeggend. Maar zo gezegd, zo gedaan.
En warempel, hij doet het weer. Al had ik tijdens het openwrikken af en toe het idee dat ik alles doormidden aan het breken was. Als echte Hollander zal ik nog wel even door iPloeteren, maar 1 ding is zeker: dit was mijn laatste iPod.
Het komt niet vaak voor dat ik naar een lezing van een bekende fotograaf ga. Maar toevallig was ik dinsdag 6 november vrij, en was street photographer Joel Meyerowitz in Rotterdam om te vertellen over zijn werk, en met name de foto’s die hij tussen 1970 en 1980 nam en die nu de fototentoonstelling ‘Out of the Ordinary’ vormen.
(Photo copyright: Joel Meyerowitz)
Eerlijk gezegd had ik voor 3 november geen idee wie Meyerowitz was. Ik ben überhaupt nog niet goed bekend met de geschiedenis van en grote namen der fotografie. De beschrijving van Joel’s werk in een Rotterdamse e-nieuwsbrief trok echter mijn aandacht, waardoor ik 3 dagen later in een grote, donkere zaal vol foto-enthousiasten zat. Wat ik in de tussentijd al begrepen had was dat Meyerowitz, afgezien van zijn foto’s, twee bijdragen aan de fotografie heeft geleverd. Allereerst was hij zo ongeveer de eerste fotograaf die in kleur ging fotograferen, zo rond 1970. In die tijd was kleurfotografie nog helemaal niet geaccepteerd onder “echte” fotografen, en werd het gezien als iets voor reclame-fotografen. Aan EgoDesign.ca legde Meyerowitz zijn fascinatie met kleur uit:
My reasoning was; if we accept the idea that a photograph basically just describes things, then a color photograph describes more things, that there is more content in color and I wanted to see what those kinds of photographs might look like.
Rond die tijd was Meyerowitz, net als veel collega’s, bezig met het vastleggen van toevallige momenten op straat. Wat prachtige foto’s opleverde. Op een gegeven ogenblik was dat echter niet meer voldoende. Langzamerhand ontwikkelde zijn manier van fotograferen zich tot het creëren van beelden waarin elk element een rol speelt. Of, zoals hij het stelde (bron: EgoDesign.ca):
Because of using color my efforts on the street moved away from the “caught” moment toward a more dispersed observation, toward a non-hierarchical image in which everything played an equal role; the people on the street, the architecture, the quality of the day, the angle of the light, the weight of the shadows, the simultaneity of minor events. This overall-ness I called, “field photographs.”
Die ontwikkeling van caught moment naar field photography leidde uiteindelijk tot wat ik z’n tweede bijdrage aan de geschiedenis van de fotografie zou willen noemen. Als een van de eersten ging hij op straat fotograferen met een technische camera (Engels: view camera). Daarmee kon hij meer detail en kleurgradaties vastleggen, maar zat hij ook vast aan het tijdrovende instellen dat een technische camera vereist. Als gevolg daarvan zie je de bewegende mensen ook uit z’n foto’s verdwijnen, wat ze trouwens niet minder krachtig maakt.
Wat mij nog het meest is bijgebleven is hoe Meyerowitz beelden als het ware weet te componeren. Van voor tot achter en van de linker- tot de rechterrand, hij weet precies wat er in zijn foto komt. Hij maakt het beeld. Dat is wat een echte fotograaf onderscheidt van amateurs.
Meyerowitz was de eerste fotograaf die (ook nog eens onbeperkt) toegang kreeg tot Ground Zero. De resultaten daarvan kun je terug zien in z’n fotoboek Aftermath;
Omdat het alweer bijna 2 weken geleden is dat de nieuwe versie van Ubuntu Linux uitkwam, werd het tijd voor het verslag van mijn ervaringen.
Nieuw of beter
Van Ubuntu verschijnt elk half jaar (in april en oktober) een nieuwe versie. Logischerwijs zijn de verbeteringen die de mensen achter Ubuntu in 6 maanden kunnen doorvoeren niet revolutionair, maar toch zetten ze tot nu toe met elke update weer een stap richting een gebruiksvriendelijker besturingssysteem. Vergeleken met de versie van 6 maanden geleden (voorzien van codenaam Feisty Fawn) biedt de nieuwe Ubuntu 7.10 (codenaam Gutsy Gibbon) volgens mij de volgende in het oog springende verbeteringen:
Eye-candy! Onder Ubuntu noemen ze dit Desktop Effects, maar het wil gewoon zoveel zeggen als “wij bieden je dezelfde special effects als Windows Vista of Mac OS X, met dan nog wat extra’s”. En natuurlijk kun je deze helemaal naar jouw smaak configureren. Een voorproefje:
Automatische printer-configuratie is zo’n toevoeging waarvan je je afvraagt waarom het niet al 10 jaar geleden in elk besturingssysteem aanwezig was. Je plugt je printer in een USB-poort van je pc, zet deze aan, en binnen een ogenblik krijg je een berichtje dat de printer herkend en geconfigureerd is. Zonder dat jij ook maar iets hoeft in te stellen of een driver moet installeren. Enne, het werkt echt.
Vanuit elke applicatie kun je nu ieder willekeurig bestand omzetten naar een PDF-je. Dit werkt zoals CutePDF onder Windows: onder de beschikbare printers staat nu ook PDF als optie, kies je die dan wordt het door jouw gekozen bestand omgezet en opgeslagen in een aparte directory ‘PDF’ in jouw gebruikersdirectory. Handig!
De weergave van tekst is onder Ubuntu Gutsy Gibbon eindelijk mooi scherp. Onder Windows, en zeker Vista, ziet tekst er op een flatscreen duidelijk en scherp uit. Onder Linux was dat minder. Het is de laatste jaren sterk verbeterd, maar voor de vorige Ubuntu versies heb ik telkens handmatig nog wat te verbeteringen doorgevoerd. Dat is nu niet meer nodig.
Verder is de beveiliging van een standaard Ubuntu-installatie verder verbeterd, is het aansluiten en configureren van een tweede beeldscherm makkelijker geworden, en (nuttig!) kun je nu bestanden die op NTFS-partities staan (Windows XP/Vista) vanuit Ubuntu bewerken.
Ubuntu voor iedereen?
De afgelopen jaren is Ubuntu uitgegroeid tot de meest populaire Linux-versie voor de gewone gebruiker. Dat is zeker verdiend. Het is nu zelfs zover dat kranten als de New York Times of Trouw over Ubuntu schrijven, en dat Dell pc’s met Ubuntu voorgeïnstalleerd verkoopt (alleen nog niet voor de Nederlandse markt).
Toch raad ik niet iedereen meteen aan om Ubuntu te installeren. Waarom niet? Beginnen aan een nieuw besturingssysteem is gewoon niet iets wat je van de ene op de andere dag soepel doet. Daar moet je zelf aan willen beginnen en energie in willen steken. En dat geldt zeker voor de meer ervaren pc-gebruiker die Windows van onder tot boven kent.
Ik denk wel dat Ubuntu een uitkomst is voor de huis-tuin-en-keuken Windows-gebruiker die alleen maar internet, e-mailt en Word gebruikt. Stel je voor: een systeem dat niet of nauwelijks gevoelig is voor virussen, sneller en even stabiel draait als Windows, en centrale software-catalogus biedt, waar je gebruikersrechten makkelijk kunt beperken en waar je even snel op afstand op kunt inloggen om onderhoud te plegen. Ideaal voor al die mensen die in het weekend de pc-expert zijn van de familie en op onmogelijke tijden helpdesk moeten spelen. Ubuntu bespaart hen tijd. Ze moeten het alleen even bij ouders, ooms/tantes en de rest van de familie gaan installeren.